Geachte Voorzitter,

Gasvormige energiedragers hebben gezien hun unieke karakteristieken een onvervangbare rol in de verduurzamingsopgave voor de Nederlandse samenleving. Het kabinet informeert uw Kamer in drie separate brieven over deze rol van gas in het energiesysteem van nu en in de toekomst.

Allereerst beschrijft deze brief de overkoepelende inzet van het kabinet om het Nederlandse gassysteem richting 2050 te verduurzamen. Als tweede ga ik in een separate brief in op de opschaling van de productie van groen gas. Als derde ga ik door middel van een kabinetsvisie in op duurzame waterstof.

Verduurzaming van het Nederlandse gassysteem
Onder invloed van de energietransitie zal het Nederlands energiesysteem veranderen. Gasvormige energiedragers hebben echter een onvervangbare functie binnen het energiesysteem, met name waar het gaat om hoge temperatuur warmte en het leveren van flexibel vermogen voor elektriciteits- en warmtenetten. Om deze functies in 2050 CO2-vrij in te kunnen vullen, zijn aanzienlijke volumes betaalbaar CO2-vrij gas noodzakelijk.

Verschillende energiescenario’s geven aan dat in een volledig duurzame energievoorziening in 2050 gasvormige energiedragers zullen voorzien in minimaal 30% van het finale energieverbruik.

  • Om te beginnen zal hernieuwbaar gas in de gebouwde omgeving nodig zijn voor het leveren van piekvermogen in warmtenetten en voor de verduurzaming van buurten, zoals oude stadskernen en buitengebieden, waar warmtenetten of elektrificatie beperkt haalbaar zijn.
  • Verder zullen in de industrie gasvormige energiedragers nodig blijven voor het leveren van hoge temperatuur proceswarmte en als industriële grondstof.
  • In de mobiliteitssector zullen gasgebaseerde brandstoffen als Liquefied Natural Gas (LNG) en waterstof nodig zijn om aardolie-gebaseerde brandstoffen te vervangen in de zware mobiliteit.
  • Tot slot, zal hernieuwbaar gas in de elektriciteitsproductie een rol blijven spelen in het leveren van piekvermogen bij een hoge elektriciteitsvraag of bij lage elektriciteitsproductie door tegenvallende weersomstandigheden.

Gezien de centrale rol van gasvormige dragers in de toekomst, bestaat er een noodzaak tot het verduurzamen, of decarboniseren, van het gassysteem richting 2050. Deze decarbonisatie zal plaatsvinden langs een tweetal wegen.

  1. Allereerst zal door middel van besparing, isolatiemaatregelen en hybridisering ingezet worden op het terugbrengen van de energievraag. Ook zal, zoals hierboven reeds geschetst, aardgas waar dit technisch en economisch haalbaar is vervangen worden door andersoortige energiedragers, zoals warmtelevering via een warmtenet en elektriciteit.
  2. Voor de resterende gasvraag zet het kabinet in op het geleidelijk vervangen van aardgas door CO2-vrije gassen als groen gas en duurzame waterstof. In deze transitie kan ook het centraal afvangen en opslaan van de koolstofdioxide die vrijkomt bij aardgasinzet (CCS) een rol spelen.

Voor het verduurzamen van het gassysteem richting 2050 is opschaling van de productie van groen gas en duurzame waterstof van groot belang. De toekomst van ons gasleidingnetwerk zal derhalve worden bezien tegen de achtergrond van de ontwikkeling van beide opties. Omdat beide opties andere bronnen gebruiken en zich bevinden in een andere ontwikkelfase, kiest het kabinet voor twee separate brieven om uw Kamer daarover te informeren.

De rol van aardgas tot 2050
Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is in 2030 de vraag naar aardgas 33,7% van het primaire energieverbruik. Overigens kan dit lager uitvallen door uitvoering van het Klimaatakkoord.

Voor aardgas is dit de invulling van de bestaande gasbehoefte tot 2050:

Gaswinning in eigen land
Het kabinet geeft voorkeur aan gaswinning uit de Nederlandse kleine velden, zowel op land als op zee, omdat dit beter is voor klimaat, werkgelegenheid, economie, behoud van kennis van de diepe ondergrond en aanwezige gasinfrastructuur. Tevens remt productie in eigen land de toenemende importafhankelijkheid van andere landen.

Om een vergunning te verlenen voor de winning van delfstoffen, wordt een zorgvuldige beoordeling gemaakt van de risico’s voor omwonenden, gebouwen en infrastructuur, en nadelige effecten voor milieu en natuur. Tevens werk ik aan risicobeleid voor de energietransitie. Waar nodig zullen nieuwe inzichten van dit risicobeleid worden betrokken in de huidige praktijk van de vergunningverlening voor gaswinning uit de kleine velden, die immers een belangrijke rol speelt bij de geleidelijke transitie naar een allengs duurzamere energievoorziening.

Investeringsaftrek
Tegelijkertijd constateert het kabinet dat de investeringen in opsporing en winning een sterk dalende lijn vertonen. Door het slechte investeringsklimaat dreigt de gaswinning uit de kleine velden voortijdig ten einde te komen, met alle daarmee gepaard gaande gevolgen voor ontmanteling en verwijdering van de aanwezige infrastructuur. Die infrastructuur kan dan ook niet meer worden ingezet voor nog in ontwikkeling zijnde duurzame gasvormige energiedragers, zoals groen gas en waterstof. Dat terwijl er, hoewel ieder voor zich klein van omvang, op de Noordzee nog voldoende gasvoorkomens zijn op te sporen en te winnen.

Zoals al aangegeven in de brief van 30 mei 201811 over het belang van aardgas in de energietransitie spant het kabinet zich daarom in om de offshore gassector voldoende economisch perspectief te bieden en de te sterk dalende winning af te remmen. In genoemde brief is voorgesteld de huidige investeringsaftrek van 25% te verruimen tot een aftrek van 40% voor alle investeringen in mijnbouwactiviteiten op de Noordzee.

Hierover worden al geruime tijd voorbereidende gesprekken gevoerd met de Europese Commissie in verband met de staatssteunbepalingen van het EU-Verdrag. Een uitspraak van de Europese Commissie zal naar verwachting nog enige tijd op zich laten wachten. Mocht een selectieve investeringsaftrek niet de beste optie blijken te zijn, dan zal het kabinet opzoek gaan naar alternatieven. Eén van de mogelijke alternatieven is om deze investeringsaftrek ook op land te doen gelden.

Tot slot
Teneinde een compleet beeld te schetsen van de rol van gas in het energiesysteem van nu en in de toekomst, verstuur ik gelijktijdig met deze brief de Routekaart Groen Gas en de Kabinetsvisie Waterstof aan uw Kamer. Voor de positie van alle drie deze brieven in het bredere geheel aan kamerbrieven over Klimaat en Energie verwijs ik u graag naar de recent verzonden brief waarin een overzicht wordt gegeven van al deze brieven.

Wil je de hele brief lezen? Klik hier om deze te downloaden.

Categorieën: Nieuws