Ik richt mij in deze brief vooral op wat de komende tijd te doen staat in het kader van de juridische uitwerking van de wijkgerichte aanpak, en daarmee samenhangend de ontwikkeling van standaarden en streefwaarden voor de koop- en huursector en afspraken met de verhuursector.

Bijlagen:

Uitwerking Klimaatakkoord

Vanuit het Klimaatakkoord gaan we voor de gebouwde omgeving aan de slag met een wijkgerichte aanpak, waarbij de gemeente een regierol heeft. Daarnaast is er een individueel spoor, waarin een groeiend aantal gebouweigenaren zelf investeert in verduurzaming. Samen met partijen in de huursector en utiliteitsector wordt gewerkt aan streefdoelen, routekaarten en eindnormen. In deze brief geef ik een juridische uitwerking van:

  • Paragraaf 1: de rol, positie en bevoegdheden van de gemeenten in de wijkgerichte aanpak
  • Paragraaf 2: de normen, standaarden en streefwaarden voor woningen en utiliteitsbouw
  • Paragraaf 3: de specifieke afspraken met verhuurders
  1. Wijkgerichte aanpak

De Transitievisie Warmte, het omgevingsplan en het uitvoeringsplan zijn noodzakelijke stappen om uiteindelijk de levering van aardgas te kunnen beëindigen en bewoners alternatieve duurzame warmteopties te kunnen aanbieden.

Transitievisie Warmte
In het voorstel voor het Klimaatakkoord is opgenomen dat de gemeente uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte vast stelt. In dit document wordt per wijk in ieder geval opgenomen:

  • hoeveel woningen en andere gebouwen tot en met 2030 worden geïsoleerd en/of aardgasvrij worden gemaakt;
  • welke alternatieve warmtevoorzieningen kansrijk zijn;
  • welk warmtealternatief de laagste nationale kosten en kosten voor eindgebruiker heeft.

Ondersteuning Transitievisie Warmte

Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte wordt de gemeente ondersteund door het Expertise Centrum Warmte (ECW) en door het Kennis- en Leerprogramma van het Programma Aardgasvrije Wijken. ECW ontwikkelde een leidraad.

Omgevingsplan en uitvoeringsplan
De uiteindelijke keuze van de gemeente zal op grond van de Omgevingswet worden vastgelegd in het omgevingsplan. Deze definitieve keuze wordt vervolgens in samenspraak met stakeholders voorbereid via een uitvoeringsplan.

Een uitvoeringsplan heeft betrekking op één of meerdere buurten of wijken en gaat in op 1) de keuze voor het definitieve warmtealternatief voor de betreffende wijk en 2) de wijze en het moment waarop het gebruik van aardgas in de wijk wordt beëindigd.

Het gebruik van aardgas kan alleen worden beperkt of uiteindelijk gestopt nadat voor het betreffende gebouw daadwerkelijk een mogelijkheid is geboden tot aansluiting op een duurzaam alternatief en tot het uitvoeren van eventuele aanpassingen in het gebouw.

 Juridische uitwerking in kader van Omgevingswet
De Omgevingswet, die in 2021 in zal gaan, is de belangrijkste “gereedschapskist” om de wijkgerichte aanpak vorm te geven.

  • De afspraak dat iedere gemeente eind 2021 een Transitievisie Warmte heeft vastgesteld, kan worden vormgegeven met het instrument ‘programma’ uit de Omgevingswet. Bij de vaststelling van een programma onder de Omgevingswet moet de gemeente aangegeven hoe burgers, bedrijven en maatschappelijke partijen bij de totstandkoming betrokken zijn. Over de precieze vormgeving ben ik met de VNG en andere partijen in overleg.
  • De uiteindelijke keuze voor de (nieuwe) aardgasvrije warmtevoorziening van een wijk wordt door de gemeenteraad vastgelegd in het ‘omgevingsplan’. De Omgevingswet bevat regels over de voorbereiding van een omgevingsplan en participatie van stakeholders.
  • Om de warmtetransitie uit te voeren, zijn in de meeste gevallen ook aanpassingen aan gebouwen nodig. Een gemeente kan alleen een nieuwe warmtevoorziening in het omgevingsplan aanwijzen als duidelijk is dat de gebouweigenaren voldoende middelen hebben of krijgen om de aanpassingen te doen.
  • Verder bezie ik of er door het Rijk regels gesteld moeten worden om te voorkomen dat kleinverbruikers gaan overstappen van aardgas op andere fossiele bronnen zoals stookolie, steenkool, bruinkool, turf of propaangas.

Energiewetgeving
Verder zijn de volgende aanpassingen in wet- en regelgeving voorzien:

  • In de Warmtewet 2.0 zullen de regels worden opgenomen voor de marktordening van collectieve warmtesystemen, de tariefsystematiek, duurzaamheidseisen voor warmte en de regierol van de gemeente bij het vaststellen van warmtekavels en de aanwijzing van een warmtebedrijf.
  • Voorts wordt bezien in hoeverre de Energiewet (de beoogd opvolger van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet) moet worden aangepast op de gemeentelijke besluitvorming in het omgevingsplan en de transitie naar aardgasvrije wijken. 
  1. Utiliteitsbouw en (huur)woningen

 Eigenaar-bewoners: standaarden en streefwaarden
Standaarden en streefwaarden voor dominante en kenmerkende woningtypen bieden eigenaar-bewoners handelingsperspectief. De standaarden hebben betrekking op de gehele woning, streefwaarden op de situatie dat één of enkele onderdelen van de woning worden aangepakt. Beide krijgen een plaats op het energielabel.

De standaarden en streefwaarden zijn nog niet vastgesteld. Ik ben met verschillende partijen in overleg. Ik verwacht uw Kamer in de eerste helft van 2020 te kunnen informeren.

De beoogde standaarden zijn voor bestaande bouw vooralsnog niet verplichtend. Bij het verbouwen van de woning moet wel, ook nu al, het Bouwbesluit in acht worden genomen.

 Verhuurders en huurders
Ook hier kunnen de standaarden en streefwaarden handelingsperspectief bieden. Deze worden in 2050 verplicht voor woningen bestemd voor verhuur. De verhuurder wordt in staat gesteld te verduurzamen en daarvoor met huurders in overleg gaan.

Een eerste stap is al gezet met het Sociaal Huurakkoord tussen Aedes en de Woonbond met daarin de ‘vergoedingentabel voor duurzaamheidsinvesteringen’. De opzet is niet gericht op een wijziging van regelgeving maar geeft een positief advies aan huurders om in te stemmen met duurzaamheidsinvesteringen wanneer de te betalen vergoeding is gebaseerd op deze tabel.

Juridische uitwerking huursector
De volgende voornemens worden onderzocht, voor de zomer van 2020 volgt nadere informatie:

  1. Instemmingsvereiste

Bij een complex-gewijze renovatie wordt een voorstel geacht redelijk te zijn wanneer ten minste 70% van de huurders van het complex instemt met het voorstel. Er zijn nu geen regels die expliciet ingaan op aardgasvrij maken van wijken. Ik wil met organisaties van huurders en verhuurders onderzoeken of dit instemmingsvereiste aanpassing behoeft. Daarbij betrek ik de standaard en streefwaarden, de wijkgerichte aanpak en de woonlastenbenadering.

  1. Initiatiefrecht

Het Burgerlijk Wetboek biedt reeds een oplossing voor bepaalde gevallen waarin de huurder om een energetische verbetering vraagt. De verhuurder is verplicht deze verbeteringen op eigen kosten aan te brengen, mits de huurder bereid is tot het betalen van een redelijke huurverhoging. Ik zal onderzoeken of deze regels voldoen.

  1. Woningwaarderingsstelsel

Ik zal onderzoeken of de standaard en streefwaarden een basis kunnen bieden voor aanpassing van het woningwaarderingsstelsel, inclusief het effect op de huurtoeslag.

  1. Besluit bouwwerken leefomgeving

Ten slotte onderzoek ik op welke wijze de standaard en streefwaarden kunnen worden geïntegreerd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) onder de Omgevingswet.

Eigenaren utiliteitsbouw
Er wordt onderzocht met welke (nog niet verplichtende) maatregelen bij utiliteitsgebouwen de opgave voor 2030 binnen handbereik komt. Daarnaast komt er een wettelijke, verplichtende eindnorm voor 2050. Parallel aan dit wetgevingstraject zijn afspraken gemaakt om de handhaving van nieuwe en bestaande wetten en regels te optimaliseren.

Maatschappelijk vastgoed
Twaalf sectoren in het maatschappelijk vastgoed hebben in het voorstel voor het Klimaatakkoord afgesproken dat zij sectorale routekaarten maken waarin duidelijk wordt hoe hun vastgoed CO2-arm wordt richting 2050. Momenteel wordt in beeld gebracht wat de benodigde randvoorwaarden en knelpunten zijn voor financiering, wetgeving en organisatie.

Juridische uitwerking utiliteit en maatschappelijk vastgoed
Ik verwacht dat medio 2020 de uitkomsten voor het streefdoel voor 2030 bekend zullen zijn en het voorstel voor de eindnorm 2050 kort daarna in procedure te brengen.

  1. Afspraken met verhuurders: startmotor en renovatieversneller

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat verhuurders de komende vier jaar 100.000 huurwoningen aardgasvrij of aardgasvrij-ready gaan maken. Dit wordt ondersteund met financiële middelen vanuit het Rijk. Deze tegemoetkomingsregeling, de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH), wordt momenteel in overleg met verhuurders vormgegeven.

Daarnaast zijn er voor verhuurders middelen beschikbaar voor verduurzaming en het isoleren van huurwoningen, onder meer vanuit de ISDE-subsidie en vanaf 2027 via de Regeling Vermindering Verhuurderheffing (RVV) voor verduurzamingsinvesteringen.

Ook kunnen corporaties profiteren van de middelen voor de proeftuinen aardgasvrije wijken en de middelen voor versnelling en opschaling van de verduurzamingsopgave via de renovatieversneller. In de brief over kostenreductie en innovatie in de bouw wordt hier nader op ingegaan.

Ten slotte onderzoek ik hoe gegeven de financiële positie van corporaties, de verduurzaming van de gebouwde omgeving op korte en lange termijn bereikt kan worden. Ik verwacht uw Kamer hierover rond de zomer van 2020 te kunnen informeren.

Juridische uitwerking startmotor en renovatieversneller

  • Begin 2020 zal een nieuwe subsidieregeling, de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH), in werking treden. Deze regeling richt zich op het stimuleren van het aansluiten van huurwoningen op warmtenetten.
  • Begin 2020 zal een subsidietender worden gepubliceerd waarmee consortia van corporaties en innovatieve aanbieders in de eerste helft van 2020 subsidieaanvragen kunnen indienen gericht op standaardmaatregelenpakketten met groot opschalingspotentieel.

Wil je de hele brief lezen? Klik hier om deze te downloaden.