De warmtetransitie gaat over techniek, geld en planning. Over warmtenetten, isolatie, warmtepompen en gemeentelijke warmteprogramma’s. Maar volgens André van der Zande, raadslid bij de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), mist in het huidige verduurzamingsbeleid te vaak één cruciale vraag: is het ook eerlijk?
In de nieuwste aflevering van WarmteWerkt, de podcast van het Servicepunt Duurzame Energie, spreekt Reinout de Vries met Van der Zande over het Rli-advies Eerlijk verduurzamen. Randvoorwaarden voor rechtvaardig beleid. De centrale boodschap: verduurzaming kan alleen effectief zijn als het beleid ook rechtvaardig is. Niet als bijzaak achteraf, maar als uitgangspunt vanaf het begin.
Verduurzamingsbeleid vergroot ongelijkheid
Van der Zande is daar uitgesproken over. Onderzoeken van onder meer TNO, planbureaus, hogescholen en universiteiten laten zien dat de effecten van verduurzaming ongelijk verdeeld zijn.
Mensen met lagere inkomens wonen vaker in slecht geïsoleerde huizen, in buurten met minder groen, meer geluidsoverlast of andere vormen van milieudruk. Tegelijk zijn zij minder goed in staat om te profiteren van subsidies, leningen of fiscale voordelen. Daarvoor is vaak eigen geld nodig, of de mogelijkheid om een lening af te sluiten. Juist dat ontbreekt bij de groepen die de hulp het hardst nodig hebben. Het gevolg is dat overheidsgeld te vaak terechtkomt bij mensen die dit het minst nodig hebben.
“Je wil dat de slechtst geïsoleerde huizen het eerst aan de beurt komen”, zegt Van der Zande. Niet dat vooral hogere inkomens nog een extra subsidie krijgen voor zonnepanelen of een warmtepomp.
Rechtvaardigheid is meer dan betaalbaarheid
Als het over eerlijkheid gaat, denken we vaak als eerste aan de verdeling van kosten en baten. Kan iemand de investering betalen? Wat betekent een maatregel voor de energierekening? Dat is belangrijk, maar volgens de Rli niet genoeg.
In het advies worden drie vormen van rechtvaardigheid onderscheiden. De eerste is verdelende rechtvaardigheid: wie betaalt, wie profiteert en wie draagt de lasten? De tweede is procedurele rechtvaardigheid: worden mensen gehoord, kunnen ze meedoen en is er rekening gehouden met hun situatie? De derde gaat over erkenning: worden verschillen in leefwereld, taal, cultuur en omstandigheden serieus genomen?
Die drie grijpen op elkaar in. Een regeling kan op papier toegankelijk zijn, maar in de praktijk alsnog onbereikbaar voor mensen die de formulieren niet begrijpen, geen tijd hebben om alles uit te zoeken, of bang zijn om een lening aan te gaan. Rechtvaardigheid vraagt dus om meer dan een subsidiepot. Het vraagt om beleid dat vertrekt vanuit de werkelijkheid achter de voordeur.
De rol van gemeenten: dicht bij de leefwereld van inwoners
Juist daarom ziet Van der Zande een belangrijke rol voor gemeenten. Zij staan dichter bij inwoners dan het Rijk en hebben vaak al contact met huishoudens via het sociaal domein, wijkteams, schuldhulpverlening, de Wmo of de Participatiewet. Daar ligt volgens hem een grote kans: verbind de warmtetransitie veel sterker met de bestaande sociale infrastructuur.
Dat betekent niet dat er voor elk duurzaamheidsprobleem weer een nieuwe coach of regeling moet komen. Van der Zande pleit voor koppeling: benut mensen en organisaties die al in de wijk actief zijn. Denk aan energiecoaches, fixbrigades, wijkbedrijven, repair cafés en andere lokale initiatieven die niet alleen advies geven, maar ook daadwerkelijk helpen.
Voor veel inwoners is praktische ondersteuning doorslaggevend. Niet alleen vertellen wat er kan, maar samen kijken wat nodig is, drempels wegnemen en soms letterlijk aan de slag gaan in huis. En als de energierekening vervolgens echt omlaaggaat, kan dat bijdragen aan het herstel van vertrouwen.
Niet iedereen is zelfredzaam
Een belangrijk inzicht uit het gesprek is dat de overheid te lang is uitgegaan van zelfredzaamheid. Dat werkt voor een groot deel van de samenleving, maar niet voor iedereen. Sommige mensen hebben te weinig geld, te weinig tijd, te weinig kennis of te veel stress om zelfstandig hun weg te vinden in regelingen en technische keuzes.
Dat erkennen is volgens Van der Zande geen betutteling. Het is juist effectief en doelmatig. Wie huishoudens met de grootste problemen gericht helpt, bereikt meer dan met generieke maatregelen die vooral terechtkomen bij mensen die toch al kunnen investeren.
Voor gemeenten betekent dit dat ze anders naar wijken en inwoners moeten kijken. Niet alleen als doelgroep van communicatie of participatie, maar als mensen met verschillende mogelijkheden om mee te doen. De vraag is dan niet: hebben we iedereen geïnformeerd? Maar: hebben we ervoor gezorgd dat iedereen daadwerkelijk kan meedoen?
Rechtvaardigheid moet vanaf het begin in beleid zitten
Ook voor het Rijk ligt er volgens de Rli een duidelijke opdracht. Rechtvaardigheid moet niet pas worden getoetst als beleid al is bedacht, maar vanaf het begin onderdeel zijn van beleidsontwikkeling. Van der Zande noemt dat: “bezint eer ge begint”.
Dat kan bijvoorbeeld met praktijktoetsen of botsproeven: hoe pakt een regeling uit in een straat, wijk of huishouden? Wie profiteert? Wie valt buiten de boot? En welke stapeling van effecten ontstaat er als verschillende maatregelen bij elkaar komen?
Daarnaast pleit de Rli voor betere data. Er zijn veel kaarten en modellen over CO₂, stikstof en andere milieuthema’s, maar kaarten die laten zien hoe milieuproblemen of verduurzamingsmaatregelen uitpakken voor verschillende inkomensgroepen of bevolkingsgroepen, zijn volgens Van der Zande nog schaars.
Een kwestie van vertrouwen
Deze podcastaflevering maakt duidelijk dat rechtvaardigheid geen extra thema is naast de warmtetransitie. Het is een randvoorwaarde om die transitie te laten slagen. Als mensen het gevoel hebben dat zij de lasten dragen terwijl anderen buiten schot blijven, haken ze af. En als mensen niet kunnen meedoen, groeit de weerstand.
Omgekeerd kan eerlijk beleid juist vertrouwen opbouwen. Door te beginnen bij de slechtste woningen. Door steun te richten op huishoudens die het hardst geraakt worden. Door praktische hulp te bieden in plaats van alleen regelingen open te stellen. En door inwoners niet alleen te informeren, maar ook echt te betrekken.
Van der Zande hoopt dat dit denken de komende jaren vanzelfsprekender wordt. Dat beleidsmakers zich bij elke verduurzamingsmaatregel afvragen: is dit rechtvaardig, kan iedereen meedoen en wie wordt hierdoor geraakt? Want verduurzaming grijpt diep in op het dagelijks leven van mensen. Dan moet eerlijkheid geen sluitpost zijn, maar het beginpunt.
