De techniek is er. Gemeenten weten steeds beter welke wijken geschikt zijn voor een all-electric oplossing en de eerste gemeenten bereiden zich voor op het inzetten van de aanwijsbevoegdheid. Daarmee verschuift de aandacht van plannen maken naar uitvoeren. Maar zodra die uitvoering dichterbij komt, dient zich een nieuwe vraag aan: hoe zorgen we ervoor dat bewoners de benodigde investeringen ook daadwerkelijk kunnen doen?
In de nieuwste aflevering van WarmteWerkt spreekt Reinout de Vries met Margreet van der Woude (coördinator actielijn all-electric bij het Servicepunt Duurzame Energie en werkzaam bij CE Delft) en Richard Kooloos (directeur CE Delft) over financiering van de warmtetransitie. Hun belangrijkste boodschap: financiering is belangrijk, maar de grootste winst zit in het organiseren van een eenvoudig en aantrekkelijk proces voor bewoners.
Start van de uitvoering
Binnen de actielijn all-electric werken inmiddels tien Noord-Hollandse koplopergemeenten samen aan de uitvoering van all-electric wijkaanpakken. Gemeenten weten steeds beter waar collectieve warmtenetten logisch zijn, maar ook waar individuele oplossingen de beste keuze vormen. Daardoor verschuift de aandacht naar de praktische uitvoering.
Volgens Van der Woude is financiering daarbij niet de enige puzzel. Ook techniek, communicatie, begeleiding en ontzorging moeten goed geregeld zijn. Pas als die onderdelen samenkomen, wordt het voor bewoners aantrekkelijk om daadwerkelijk in beweging te komen.
Financiering begint bij de bewoner
Voor bewoners is financiering vaak eenvoudiger dan beleidsmakers denken. Er zijn kosten, daar gaat eventueel subsidie vanaf en vervolgens blijft een bedrag over dat betaald moet worden. Dat kan met spaargeld, een lening of een hypotheek.
Juist dat laatste deel van de rekensom blijkt voor veel mensen spannend. Niet alleen omdat het om geld gaat, maar ook omdat het proces ingewikkeld is. Meerdere formulieren, verschillende regelingen en onduidelijkheid over de mogelijkheden zorgen ervoor dat bewoners afhaken.
Volgens Kooloos ligt daar een belangrijke rol voor gemeenten. Niet door zelf financier te worden, maar door inwoners te helpen bij het traject richting bestaande financieringsmogelijkheden.
Het Warmtefonds als partner
Een centrale rol in het gesprek is weggelegd voor het Warmtefonds. Dat publieke fonds biedt aantrekkelijke leningen voor verduurzaming en ontwikkelt ook mogelijkheden voor wijkgerichte financiering. Daarnaast bestaan er lokale regelingen, bijvoorbeeld via SVn.
Gemeenten hoeven volgens de gasten dan ook niet zelf nieuwe financiële producten te ontwikkelen. Veel belangrijker is dat zij zorgen voor één overzichtelijk proces waarin bewoners gemakkelijk hun weg vinden. Denk aan een lokaal loket, energiecoaches of begeleiding bij het aanvragen van een lening. Hoe minder drempels, hoe groter de kans dat bewoners daadwerkelijk meedoen.
Leren in de eerste wijken
Een opvallend advies is om juist te beginnen in relatief eenvoudige wijken. Daar kunnen gemeenten ervaring opdoen met samenwerking, bewonersbegeleiding en financieringsprocessen. Die kennis kan vervolgens worden gebruikt in complexere wijken, waar bewoners vaker extra ondersteuning nodig hebben.
Om gemeenten daarbij te helpen organiseert het Servicepunt Duurzame Energie samen met het Warmtefonds een werksessie voor Noord-Hollandse koplopergemeenten. Doel is om te komen tot één overzichtelijke procesgang voor bewoners, zodat financiering niet langer een belemmering vormt, maar juist een versneller van de warmtetransitie.
De conclusie van Van der Woude en Kooloos is dan ook helder: gemeenten hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. De financieringsinstrumenten zijn er grotendeels al. De grootste opgave ligt in het slim organiseren van de uitvoering, zodat bewoners eenvoudig, betrouwbaar en zonder onnodige drempels kunnen verduurzamen.
Benieuwd naar het hele gesprek met Margreet van der Woude en Richard Kooloos? Luister de volledige aflevering van WarmteWerkt via Spotify of bekijk de podcast op YouTube.
