Als onderdeel van de SPDE-actielijnen, waarin de focus verschuift van planvorming naar uitvoering, organiseert het SPDE de Community of Practice (CoP) All-electric. Tijdens de eerste bijeenkomst van deze CoP in het Huis van Hilde kwamen koplopergemeenten uit Noord-Holland samen met Liander en het Servicepunt. De CoP is bedoeld als leeromgeving: gemeenten brengen eigen casussen in, wisselen ervaringen uit en onderzoeken samen met experts vanuit het Servicepunt wat nodig is om all-electric – individueel of klein-collectief – uitvoerbaar, betaalbaar en uitlegbaar te maken. In dit artikel delen we de belangrijkste inzichten uit die eerste bijeenkomst.
Van warmteprogramma naar werkelijkheid
Aanwezig bij deze eerste bijeenkomst waren Den Helder, Zaanstad, Amstelveen, de BUCH, Haarlemmermeer, Hoorn, Omgevingsdienst IJmond en Liander. Wat direct opviel in de uitwisseling: iedereen werkt aan dezelfde transitie, maar bevindt zich op een ander punt in het proces. Sommige gemeenten hebben al wijkuitvoeringsplannen of buurtplannen liggen. Anderen werken nog aan hun warmteprogramma of zoeken naar de juiste aanpak om in specifieke wijken te starten.
Gemeente Den Helder heeft bijvoorbeeld al een wijkuitvoeringsplan voor de wijk Zwanenbalg in Julianadorp en werkt aan een tweede plan. Tegelijkertijd speelt daar de vraag hoe je de aanpak grootschaliger organiseert. Waar begin je, hoe schaal je op en hoe pas je all-electric ruimtelijk goed in? Zeker bij grotere wijken of klein-collectieve oplossingen komen ondergrondse en bovengrondse ruimte soms onder druk te staan.
Zaanstad kijkt in Westerkoog naar de vraag hoe bewoners kunnen worden geïnformeerd over een beperkt aantal technisch en financieel haalbare opties. Daarbij speelt ook de vraag waar voorbereiding eindigt en uitvoering begint. Wanneer ben je als gemeente nog vooral aan het informeren en wanneer organiseer je daadwerkelijk de stap naar realisatie?
Gemeente Amstelveen ziet in een groot deel van de gemeente kansen voor all-electric. Tegelijkertijd is de vraag hoe je kunt starten in een context waarin netcapaciteit beperkt is en sommige plannen dus moeten wachten. Wat kan (en moet) je dan nu wel in gang zetten of voorbereiden, in de tussentijd?
Gemeenten herkennen elkaars vragen. De kern is steeds dezelfde: plannen maken is één ding, maar uitvoering vraagt om concretere keuzes over techniek, participatie en communicatie richting bewoners, samenwerking met stakeholders en de netbeheerder, financiering en organisatie.
Netcongestie kan speelveld bepalen
Voor meerdere gemeenten in de CoP is netcongestie een bepalende factor in de volgorde, snelheid en haalbaarheid van de aanpak. Liander werkt samen met gemeenten aan het programmeren van het energiesysteem van de toekomst en het versterken van het laagspanningsnet. Prioritering wordt steeds belangrijker, met het ACM-prioriteringskader als uitgangspunt. Gemeenten en netbeheerder moeten samen bepalen waar capaciteit nodig is, waar versnelling mogelijk is en hoe schaarste eerlijk wordt verdeeld. Daarmee is all-electric ook een ruimtelijk en strategisch vraagstuk. De netimpact van all-electric oplossingen moet vroeg in het proces worden meegenomen. Niet pas als een wijkplan klaar is, maar al bij het bepalen van de volgorde, het tempo en de communicatie richting bewoners.
Een belangrijke opbrengst uit de eerste sessie van de CoP is dat gemeenten behoefte hebben aan een gezamenlijk en begrijpelijk verhaal over netcongestie richting inwoners: een bruikbaar narratief. Wat zeg je tegen bewoners als een wijk technisch kansrijk lijkt voor all-electric, maar het net voorlopig een beperkende factor is? Hoe voorkom je dat bewoners afhaken, terwijl er misschien wel tussenstappen mogelijk zijn? En hoe zorg je dat gemeente, netbeheerder en andere partners hetzelfde verhaal vertellen?
Bewoners betrekken
Gemeenten zien dat bewoners vooral graag willen weten wat de plannen betekenen voor hun eigen woning. Welke installateur is betrouwbaar? Wat kost het? Welke subsidies zijn beschikbaar? De BUCH ziet dat inwoners behoefte hebben aan begeleiding én ontzorging. In IJmond wordt dit herkent: in wijken waar bewoners minder tijd, geld of vertrouwen hebben, is het veel lastiger om mensen mee te krijgen. Regelingen worden niet altijd gebruikt, wantrouwen kan een rol spelen en sommige bewoners verwachten dat de gemeente, corporatie of energiecoöperatie het voor hen oplost. Dat vraagt om een andere benadering dan alleen een informatieavond of informatie via de website of per post. Gemeenten moeten nadenken over de volledige ‘klantreis’ van bewoners. Wat heeft iemand nodig om van interesse naar actie te komen? Wanneer is persoonlijk advies nodig? Welke rol spelen energiecoaches, buurtloketten, lokale initiatieven of uitvoeringsorganisaties? En hoe voorkom je dat alleen de meest mondige en gemotiveerde bewoners bereikt worden?
De all-electric aanpak vraagt dus om een combinatie van participatie, duidelijke communicatie, praktisch advies en begeleiding. Niet iedere bewoner heeft hetzelfde nodig. Sommige bewoners willen vooral zekerheid over techniek en kosten. Anderen hebben hulp nodig bij subsidieaanvragen, financiering of het kiezen van een uitvoerder. Voor kwetsbare groepen kan de drempel nog hoger liggen. Daar moet de aanpak op worden ingericht.
Dezelfde bewoners aan tafel: hoe bereik je de rest?
Veel gemeenten herkennen het patroon dat bij bijeenkomsten vaak dezelfde groep bewoners komt opdagen. Dat zijn meestal betrokken inwoners die al interesse hebben in verduurzaming, actief zijn in een wijkraad of zelf al maatregelen hebben genomen. Hun betrokkenheid is waardevol, maar het risico is dat de bredere wijk buiten beeld blijft. De vraag is dus: hoe bereik je ook bewoners die niet uit zichzelf naar een bijeenkomst komen?
Haarlemmermeer deelde een praktijkervaring die laat zien dat dit wel degelijk kan. Daar werd een buurtbijeenkomst georganiseerd over duurzaam verwarmen, waar 95 bewoners aanwezig waren. De aanpak was concreet en herkenbaar. Bewoners kregen informatie over wat in hun eigen woning mogelijk is, er was een expert aanwezig en er werd gewerkt vanuit bestaande lokale netwerken, zoals de wijkraad en energiecoaches.
Haarlemmermeer zetten voorbeelden uit de eigen buurt centraal. Ervaringen van andere bewoners en voorbeeldwoningen kunnen helpen om all-electric tastbaar te maken. Een warmtepomp of isolatiepakket wordt concreter wanneer iemand uit dezelfde straat vertelt wat er is gedaan, wat het kostte en wat het opleverde.
Dat is een belangrijke les voor andere gemeenten. Participatie werkt beter wanneer die dichtbij, concreet en praktisch is. Een algemene uitleg over de warmtetransitie is vaak onvoldoende. Bewoners willen weten: wat betekent dit voor mij, voor mijn woning en voor mijn portemonnee?
Samenwerking
All-electric uitvoeren kan geen gemeente alleen. De afhankelijkheid van andere partijen is groot. Netbeheerders zijn nodig voor inzicht in de netcapaciteit en planning. Woningcorporaties spelen een belangrijke rol, net als energiecoöperaties en bewonersinitiatieven. Marktpartijen en installateurs zijn nodig om maatregelen daadwerkelijk uit te voeren. In de praktijk blijkt die samenwerking nog zoekend. Gemeenten weten vaak wel wie ze nodig hebben, maar nog niet altijd hoe de samenwerking moet worden ingericht. Wie neemt welke verantwoordelijkheid? Hoeveel regie pakt de gemeente? Wanneer laat je ruimte aan bewonersinitiatieven? En wie zorgt ervoor dat plannen niet blijven hangen in overleg, maar worden omgezet in uitvoering?
Zaanstad benoemde de samenwerking met een woningcorporatie die veel meetdata beschikbaar heeft. Zulke data kunnen helpen bij technische onderbouwing, bijvoorbeeld bij warmteverliesberekeningen. Maar ook daar geldt: goede informatie is pas waardevol als die wordt vertaald naar keuzes en acties.
Hoorn liet zien hoe waardevol actieve bewonersinitiatieven kunnen zijn. De gemeente werkt met buurtplannen, bewonersgroepen en lokale initiatieven, en probeert eigenaarschap zoveel mogelijk bij bewoners te laten. Tegelijkertijd blijft ook daar de vraag hoe je soepel de stap naar uitvoering maakt. Een buurtplan moet niet eindigen als document, maar leiden tot concrete vervolgstappen.
Betrouwbare tussenstappen
Een terugkerend dilemma is dat gemeenten graag duidelijkheid willen bieden, terwijl veel nog onzeker is. Netcapaciteit verandert. Technische oplossingen ontwikkelen zich. Wetgeving, financiering en subsidiemogelijkheden zijn in beweging. Dat maakt het verleidelijk om te wachten tot alles duidelijk is. Maar wachten heeft ook nadelen. Bewoners die nu willen verduurzamen, hebben behoefte aan richting. Gemeenten die te lang blijven hangen in onderzoek, verliezen momentum. En zonder praktijkervaring wordt het lastig om te leren wat wel en niet werkt. De kunst is daarom om niet te wachten op perfecte zekerheid, maar te werken met betrouwbare tussenstappen. Dat kan betekenen dat gemeenten alvast duidelijk maken welke maatregelen sowieso verstandig zijn, zoals isolatie en ventilatie. Of dat zij per wijk aangeven welke routes kansrijk zijn, ook als de exacte uitvoering nog moet worden uitgewerkt. Ook kan het helpen om technische opties naast elkaar te zetten met duidelijke voor- en nadelen, zodat bewoners en bestuurders begrijpen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt.
Daarbij is goede onderbouwing belangrijk. Gemeenten noemden tijdens de CoP-sessie onder andere de behoefte aan rekentools, betrouwbare data en inzicht in warmteverlies. Zulke instrumenten helpen om keuzes transparanter te maken.
De belangrijkste opbrengst
De eerste Community of Practice maakt duidelijk dat gemeenten op veel punten met dezelfde vragen worstelen. Tegelijkertijd zijn er al waardevolle praktijkervaringen. Juist door deze ervaringen te bundelen, ontstaat handelingsperspectief. Niet in de vorm van één blauwdruk die overal past, maar als een verzameling van inzichten, voorbeelden en keuzes die gemeenten kunnen helpen om hun eigen aanpak scherper te maken. Concluderend komen een aantal aandachtspunten naar voren:
- Netcongrestie bepaalt het tempo en de volgorde van uitvoering. Vroegtijdige afstemming met de netbeheerder is cruciaal.
- Bewoners hebben behoefte aan duidelijkheid over wat zij nu al kunnen doen. Ook wanneer volledige uitvoering nog niet direct mogelijk is, blijft er behoefte aan concrete tussenstappen, handelingsperspectief en uitleg over wat wel en niet kan. Het SPDE werkt aan een bruikbaar narratief over netcongestie: het verhaal richting bewoners.
- Samenwerking met lokale partners lijkt steeds bepalender voor de uitvoerbaarheid. Woningcorporaties, energiecoöperaties, wijkraden, energiecoaches en bewonersinitiatieven brengen ieder andere kennis, data, toegang of uitvoeringskracht mee.
- Klein en concreet beginnen kan helpen om de stap naar uitvoering tastbaar te maken. Praktijkvoorbeelden, bewonersgroepen of voorbeeldwoningen geven gemeenten meer zicht op wat werkt, waar bewoners tegenaan lopen en wat nodig is om later op te schalen.
- Gemeenten zoeken naar de balans tussen informeren, regie voeren, stimuleren en ontzorgen. Hoe ver ga je als gemeente in het begeleiden van bewoners? En wat laat je over aan marktpartijen, energiecoöperaties of bewonersinitiatieven?
De volgende sessies van de Community of Practice bieden ruimte om deze vragen verder uit te werken. Bijeenkomst 2 staat in september gepland. Tussendoor biedt het SPDE verdiepende online sessies op deelthema’s, zoals financiering, en werken we een aantal vragen uit, zoals voorbeelden rondom een ‘offer you can’t refuse’ voor bewoners en hulpmiddelen voor communicatie en participatie. Ook die kennis wordt breder gedeeld via de website van Servicepunt Duurzame Energie, voor alle gemeenten in Noord-Holland die met vergelijkbare uitvoeringsvragen aan de slag zijn.
Meer weten over de CoP All-electric? Neem contact op met Margreet van der Woude, trekker van deze actielijn.
Margreet van der Woude werkt bij CE Delft als onderzoeker en adviseur op het gebied van stedelijke verduurzaming. Ze ondersteunt gemeenten bij complexe opgaven rond de energietransitie, warmte, infrastructuur en mobiliteit en verbindt daarbij overheid, markt en maatschappelijke partijen rond een gezamenlijke ambitie.
“Ik zie altijd een route, een weg vooruit. Daarbij werk ik het liefst van groot naar klein en hou ik oog voor het draagvlak. Laten we beginnen met de oplossingen die veel impact maken.”
Weten wat de BUCH gemeenten doen? Lees meer over hoe zij het aanpakken in onze artikelen serie ‘Richting de aardgasvrije wijk’.

