Skip to main content

 De warmtetransitie staat op een kantelpunt. Met nieuwe wetgeving, beschikbare middelen en een groeiend gevoel van urgentie rijst de vraag: wat betekent dit concreet voor gemeenten vandaag? In de nieuwste aflevering van Warmte Werkt gaan we in gesprek met Teun Bokhoven (Bestuurlijk verbinder bij Servicepunt Duurzame Energie, voorzitter Stichting Nieuwe Warmte Nu en daarnaast onder meer betrokken bij de oprichting van branche- en sectororganisaties en vervulde diverse bestuurlijke rollen in het Klimaatakkoord en energieprogramma’s) en Jan van Beuningen (directeur Bouwen en Energie bij ministerie van VRO) over waar we staan – en vooral: wat er nú nodig is om te versnellen. 

De context: veel geregeld, maar nog niet snel genoeg 

De afgelopen jaren is er veel bereikt. De CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving is gehalveerd ten opzichte van 2010 en steeds meer huishoudens nemen maatregelen zoals isolatie en warmtepompen. Tegelijkertijd blijft de collectieve aanpak achter. Warmtenetten komen nog te langzaam van de grond, ondanks dat deze in een aanzienlijk deel van de wijken de maatschappelijk meest efficiënte oplossing zijn. Daarmee ontstaat het risico dat kansen worden gemist en dat keuzes in de ene richting (bijvoorbeeld individueel) toekomstige oplossingen blokkeren. 

De sleutelrol van gemeenten: duidelijkheid bieden 

Gemeenten staan de komende jaren voor een cruciale opgave: het opstellen én uitvoeren van warmteprogramma’s. Deze programma’s moeten duidelijk maken welke oplossing waar komt. Volgens Bokhoven is die duidelijkheid essentieel: bewoners en bedrijven wachten op richting. Zonder die duidelijkheid nemen zij zelf beslissingen, bijvoorbeeld door individueel te verduurzamen, die niet altijd aansluiten bij de optimale oplossing voor de wijk.  Van Beuningen geeft aan dat het daarbij niet alleen om aangeven waar wél een warmtenet komt, maar juist ook waar niet. Beide geven handelingsperspectief. 

Drie sporen voor de uitvoering 

Vanuit het SPDE wordt gewerkt rondom drie actielijnen: 

  1. Grootschalige collectieve systemen
    Voor stedelijke gebieden en wijken met voldoende dichtheid en geschikte bronnen.  
  2. Kleinschalige en wijkgerichte oplossingen
    Bijvoorbeeld lokale warmtenetten of lage temperatuur systemen.  
  3. Individuele oplossingen (all-electric)
    Vooral in gebieden waar collectieve oplossingen niet haalbaar zijn.  

Deze sporen bestaan naast elkaar en vragen elk om een andere aanpak. De uitdaging voor gemeenten is om per wijk de juiste keuze te maken. 

Van beleid naar uitvoering 

Hoewel er nog onzekerheden zijn, bijvoorbeeld rondom betaalbaarheid en netcongestie, is volgens beide sprekers de basis inmiddels gelegd. Wetgeving, subsidies en instrumenten zijn grotendeels beschikbaar. 

“Je hoeft niet meer te wachten, je kunt nu aan de slag,” is de duidelijke boodschap van Van Beuningen dan ook. Belangrijk daarbij is dat gemeenten niet alleen plannen maken, maar ook actief de uitvoering organiseren. Dat betekent: 

  • Partijen bij elkaar brengen  
  • Samenwerking organiseren  
  • Bewoners meenemen  
  • Projecten daadwerkelijk opstarten 

Betaalbaarheid en de rol van het Rijk 

Een belangrijk aandachtspunt blijft de betaalbaarheid, vooral bij collectieve warmtenetten. Daar zit een spanning. Wat maatschappelijk het goedkoopst is, is niet altijd het goedkoopst voor de individuele bewoner. 

Het Rijk werkt daarom aan aanvullende maatregelen, onder andere via subsidies, garanties en nieuwe financieringsmodellen. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat gemeenten niet moeten wachten op perfecte randvoorwaarden. De boodschap: werk parallel. Ontwikkel plannen én verbeter de condities tegelijk. 

Lessen voor gemeenten 

Uit het gesprek komen een aantal duidelijke lessen naar voren: 

  1. Wacht niet af, maar begin
    De meeste instrumenten zijn er al. Verdere uitwerking volgt, maar actie is nu nodig.
  2. Geef duidelijkheid per wijk
    Zowel waar collectieve oplossingen komen als waar niet.
  3. Denk in uitvoering vanaf het begin
    Zoek direct samenwerking met marktpartijen en uitvoerders. 
  4. Heb bestuurlijk lef
    De grootste valkuil is niets doen of blijven wachten op zekerheid.  
  5. Begin bij de kwetsbare groepen
    Daar ligt de grootste urgentie én impact, bijvoorbeeld via isolatieprogramma’s. 

Vooruitblik: van experiment naar routine 

De komende jaren staan in het teken van leren en opschalen. Volgens Bokhoven en Van Beuningen zullen succesvolle aanpakken zich ontwikkelen tot gestandaardiseerde ‘treintjes’ van projecten, waarbij gemeenten, marktpartijen en bewoners steeds efficiënter samenwerken. 

Richting 2030 ontstaat naar verwachting een duidelijk beeld: 

  • Een snel groeiend individueel spoor (warmtepompen)  
  • Gerichte inzet van warmtenetten waar die het meest logisch zijn  
  • Extra aandacht voor kwetsbare huishoudens  

Als die beweging eenmaal op gang is, kan de versnelling snel toenemen. De eerste stap volgens Van Beuninge? “Heb lef!”

Benieuwd naar het hele gesprek met Teun Bokhoven en Jan van Beuningen? Luister de volledige aflevering van Warmte Werkt viaSpotifyof bekijk de podcast opYouTube. 

Leave a Reply