Skip to main content

Op donderdagmiddag 22 januari 2026 kwamen ruim 50 vertegenwoordigers van gemeenten, energiegemeenschappen, maatschappelijke organisaties en marktpartijen bijeen in de Stoomhal in Wormer voor de bijeenkomst Samen bouwen aan energiegemeenschappen. In deze karakteristieke industriële locatie, symbool voor eerdere maatschappelijke en technologische transities, stond een actuele en urgente vraag centraal: hoe kunnen gemeenten en energiegemeenschappen gezamenlijk vormgeven aan een succesvolle, toekomstbestendige en rechtvaardige warmtetransitie? 

Belangrijkste aanbevelingen van de dag

  1. Begin vroeg met samenwerken 
  2. Maak verwachtingen expliciet 
  3. Bied ruimte voor experiment en maatwerk 
  4. Investeer in professionalisering én ondersteuning 
  5. Zorg voor bestuurlijke verankering 
  6. Verbind warmte met bredere maatschappelijke doelen 
  7. Leer van elkaar – ook van wat niet werkt 
  8. Erken en overbrug cultuurverschillen 
  9. Werk gefaseerd en realistisch 
  10. Organiseer structurele kennisdeling tussen gemeenten 

De bijeenkomst werd georganiseerd door Servicepunt Duurzame Energie (SPDE) en Energie Samen Noord-Holland (ESNH). Doel van de middag: het delen van kennis en praktijkervaringen, het verdiepen van het gesprek over samenwerking en het gezamenlijk formuleren van lessen en aanbevelingen met het oog op de komende collegeperiode. 

Opening 

De middag werd geopend met een welkom aan alle aanwezigen door de gespreksleiders Reinout de Vries (SPDE) en Liesbet Hanekroot (ESNH). Zij benadrukten dat de warmtetransitie niet alleen een technische of financiële opgave is, maar vooral een menselijke en organisatorische transitie. Samenwerking tussen gemeenten en energiegemeenschappen vraagt om vertrouwen, openheid en het expliciet maken van rollen, verwachtingen en verantwoordelijkheden. 

Daarnaast werd stilgestaan bij de brede vertegenwoordiging in de zaal: naast de verwachte energiegemeenschappen, gemeenteambtenaren en bestuurders, waren ook maatschappelijke organisaties en marktpartijen aanwezig. Deze diversiteit werd gezien als een kracht en als een voorwaarde voor het slagen van de transitie. 

Keynote: de warmtetransitie in perspectief 

De keynote werd verzorgd door Annelies Huygen, voormalig bijzonder hoogleraar Ordening van Energiemarkten aan de Universiteit Utrecht. Vanuit haar gecombineerde ervaring als wetenschapper, beleidsadviseur en actief lid van een lokale energiegemeenschap bood zij een breed en verdiepend perspectief op de warmtetransitie. 

Huygen schetste allereerst de beleidsmatige context. Zij ging in op de recente en aankomende wetgeving, waaronder de Wet collectieve warmte (Wcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), en de manier waarop energiegemeenschappen daarin expliciet een positie hebben gekregen. Volgens haar markeert dit een belangrijke erkenning van lokale initiatieven als volwaardige spelers in het energiesysteem van de toekomst. 

Tegelijkertijd plaatste zij kritische kanttekeningen bij de wijze waarop beleid en uitvoering momenteel vaak vorm krijgen. Veel plannen zijn, zo stelde zij, nog sterk gebaseerd op grootschalige en centraal georganiseerde warmtenetten, terwijl technologische ontwikkelingen juist wijzen op een toekomst waarin lokale, geïntegreerde energiesystemen een grotere rol spelen. Zij noemde daarbij onder andere: 

  • lage-temperatuurwarmtenetten; 
  • lokale opslag van warmte en elektriciteit; 
  • het combineren van warmte, koeling en elektriciteit op wijkniveau; 
  • en het hergebruik van restwarmte uit lokale bronnen, zoals ziekenhuizen, sportaccommodaties en bedrijvigheid. 

Volgens Huygen vraagt deze technologische ontwikkeling om een andere manier van samenwerken. Gemeenten en energiegemeenschappen bevinden zich momenteel in een voorfase, waarin vergunningverlening, kavelkeuzes en investeringsbeslissingen nog moeten worden voorbereid. Juist in deze fase is intensieve samenwerking cruciaal, omdat keuzes die nu worden gemaakt, langdurige gevolgen hebben. 

Zij benadrukte dat gemeenten in deze fase een belangrijke rol hebben als verbinder en facilitator: het in kaart brengen van lokale warmtebronnen, het samenbrengen van partijen in een wijk en het creëren van ruimte voor initiatieven om zich te ontwikkelen. Tegelijkertijd vroeg zij aandacht voor het risico van overmatige afhankelijkheid van grote marktpartijen, wat innovatie en lokale zeggenschap kan beperken. 

Huygen sloot haar bijdrage af met een aantal prikkelende aanbevelingen. Zij riep gemeenten op om terughoudend te zijn met kostbare en sterk modelmatige haalbaarheidsstudies die vooral het verleden extrapoleren, en juist te investeren in leerervaringen, standaardisatie van kennis en het documenteren van praktijkervaringen. Alleen door te experimenteren en van elkaar te leren, kan de warmtetransitie volgens haar versneld én verbeterd worden.  

De slides van de presentatie van Annelies Huygen zijn onderaan deze pagina bijgevoegd. 

Panelgesprek: samenwerken aan warmte 

Hierop volgend gingen Annelies Huygen, Nina Grispen (gemeente Amsterdam), Ilonka Marselis (Energie Samen Noord-Holland) en Jort Meijer (energiecoöperatie WattNu, Gooise Meren) met elkaar in gesprek. 

Het panel maakte duidelijk dat samenwerking in de praktijk vaak complex en weerbarstig is. Energiecoöperaties werken veelal met vrijwilligers en vanuit intrinsieke motivatie, terwijl gemeenten opereren binnen bestuurlijke, juridische en financiële kaders. Dit verschil in werkwijze en tempo leidt soms tot frictie, maar werd door de panelleden ook gezien als een noodzakelijke en productieve spanning. 

Praktijkvoorbeelden uit onder andere Gooise Meren en Amsterdam lieten zien dat succesvolle samenwerking baat heeft bij: 

  • vroegtijdige betrokkenheid van initiatieven; 
  • bestuurlijke rugdekking; 
  • duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden; 
  • en ruimte om samen te leren en bij te sturen. 

Rondom Warmte: perspectieven, ervaringen en dilemma’s 

Na de pauze volgde het cirkelgesprek Rondom Warmte, waarin deelnemers actief werden uitgenodigd om hun ervaringen, vragen en dilemma’s te delen. Dit onderdeel vormde het interactieve hart van de middag en bood ruimte voor verdieping vanuit uiteenlopende perspectieven. 

Samenwerking in de praktijk 

Veel deelnemers herkenden de spanningen die ontstaan wanneer energiecoöperaties en gemeenten met elkaar samenwerken. Genoemd werden onder meer verschillen in tempo, taalgebruik en risicoperceptie. Waar energiecoöperaties vaak denken in kansen en mogelijkheden, zijn gemeenten gewend te werken vanuit procedures, verantwoording en risicobeheersing. Meerdere deelnemers benadrukten dat het benoemen van deze verschillen helpt om wederzijds begrip te creëren. 

Tegelijkertijd werd onderstreept dat samenwerking zich ontwikkelt in fases. In de beginfase draait het om vertrouwen en verkenning; pas later ontstaat ruimte voor professionalisering, financiering en uitvoering. Zowel gemeenten als energiegemeenschappen gaven aan dat het belangrijk is om realistische verwachtingen te hebben van elkaar en deze gaandeweg te herijken. 

Financiering en schaalgrootte 

Een terugkerend thema was de financiering van warmtenetten, met name in de ontwikkelfase. Deelnemers benoemden de spanning tussen grootschalige warmtenetten – die vaak vragen om snelle en brede aansluiting – en kleinschalige, lokale initiatieven die juist stap voor stap willen groeien. Lage-temperatuur- en mini-warmtenetten werden genoemd als kansrijke vormen om gefaseerd te werken en bewoners meer keuzevrijheid te bieden. 

Daarnaast werd gewezen op de complexiteit van subsidie- en financieringsinstrumenten, die niet altijd goed aansluiten bij coöperatieve initiatieven. Dit vraagt om verdere afstemming tussen gemeenten, provincies en landelijke partijen. 

Inclusiviteit en energiearmoede 

Een belangrijk en indringend onderdeel van het gesprek ging over inclusiviteit en energiearmoede. Deelnemers benadrukten dat energiegemeenschappen vaak worden gedragen door relatief mondige en goed geïnformeerde bewoners, terwijl andere groepen minder vanzelfsprekend aanhaken. Er werd gepleit voor een bredere benadering, waarin warmtetransitie wordt verbonden met isolatie, energiebesparing en ondersteuning van kwetsbare huishoudens. 

Voorbeelden uit de praktijk lieten zien dat energiegemeenschappen hierin een rol kunnen spelen, bijvoorbeeld door lagere tarieven, aanvullende ondersteuningsmaatregelen of samenwerking met energiecoaches en sociale organisaties. Tegelijkertijd werd erkend dat energiegemeenschappen niet alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen en dat samenwerking met andere beleidsdomeinen essentieel is. 

Leren van elkaar 

Tot slot werd het belang van kennisdeling en reflectie benadrukt. Zowel successen als mislukkingen bieden waardevolle lessen. Deelnemers riepen op om ervaringen beter vast te leggen en structureel te delen, zodat gemeenten en initiatieven niet telkens opnieuw dezelfde stappen – en fouten – hoeven te maken. 

Afsluiting en borrel 

In de afsluitende sessie werd deelnemers dan ook gevraagd om met de pen in de hand langs een aantal posters te gaan. Zo werden, ook op de valreep nog, lessen, aanbevelingen en inspirerende voorbeelden verzameld. Deze posters vormden een gezamenlijke oogst van de dag en boden concrete aanknopingspunten voor vervolgacties en beleidsontwikkeling. 

Hierna werd de bijeenkomst afgesloten met een borrel, waar deelnemers informeel verder spraken en nieuwe contacten legden. De algemene indruk was positief en energiek: ondanks de complexiteit van de warmtetransitie was er een breed gedeeld gevoel dat samenwerking tussen gemeenten en energiegemeenschappen niet alleen noodzakelijk is, maar ook veel potentie heeft. 

Presentatie 'Gemeenten & Coöperaties' van Annelies Huygen