Algemeen

Waarom het Servicepunt Duurzame Energie?

De provincie Noord-Holland ziet dat de energietransitie een enorme opgave is die we alleen gezamenlijk kunnen bewerkstelligen. Om deze transitie te versnellen heeft zij het Servicepunt Duurzame Energie in het leven geroepen. Dit Servicepunt wordt bemand door het externe, onafhankelijk adviesbureau Over Morgen in samenwerking met Andersson Elffers Felix. De externe adviseurs bedienen de hele provincie en kunnen zo ook zorgen dat kennis die op de ene plek is opgedaan ook op een andere plek wordt toegepast. Zo hoeft het wiel niet overal opnieuw te worden uitgevonden.

Voor wie is het Servicepunt Duurzame Energie?

Het Servicepunt is ingericht voor regio’s, gemeenten en woningbouwcorporaties in Noord-Holland, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Daarbij richten we ons op verduurzaming van de gebouwde omgeving. Naast ambtenaren en bestuurders met Duurzaamheid in hun portefeuille richten we ons ook nadrukkelijk op portefeuillehouders Wonen.

Met welke vragen kan ik bij het Servicepunt Duurzame Energie terecht?

Het Servicepunt heeft als primaire focus dat er projecten worden gestart om een aardgasvrije gebouwde omgeving te realiseren. Naast een aardgasvrije gebouwde omgeving geven wij graag ook antwoord op vragen over bijvoorbeeld duurzame energieopwekking door zonnepanelen, beleidsmatige vraagstukken en vragen die meer algemeen van aard zijn als het gaat om energietransitie in de gebouwde omgeving. Kijk voor vragen waarvoor u bij ons terecht kunt bij Ons aanbod.

Met wie werkt het Servicepunt samen?

Het Servicepunt heeft een groot netwerk in de provincie. Zo werken wij onder andere samen met: Provincie Noord-Holland, Duurzaam Bouwloket, Bleeve, Regionale Uitvoeringsdiensten, Omgevingsdiensten, marktpartijen als Engie, Nuon, Alliander, Liander en HVC. Ook hebben wij contacten met Aedes, Bouwend Nederland en Uneto VNI. Wij kunnen je in contact brengen met deze partijen mocht daar behoefte aan zijn.

Realisatie

Een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050; waar en wanneer moeten we beginnen?

In uiterlijk 2050, en dat is al over 33 jaar, moet Nederland aardgasvrij zijn. Dat betekent dat vanaf nu 180.000 woningen per jaar, bijna 500 per dag, aardgasvrij gemaakt moeten worden. Vandaar dat het belangrijk is om zo snel mogelijk te starten met deze opgave.

Om de transitie zo soepel mogelijk te laten verlopen, en om zoveel mogelijk kennis en ervaring op te doen, is het van belang dat er begonnen wordt met de meest kansrijke wijken, die in 2035 of eerder aardgasvrij zouden moeten zijn. Het gaat dan om wijken met woningen die om bouwkundige redenen relatief gemakkelijk kunnen worden aangepast, of om wijken die organisatorisch gezien gemakkelijk kunnen worden aangesloten op het warmtenet, of om een combinatie van deze factoren.

Wat betekent het om energieneutraal te worden als gemeente?

Om de doelen van het klimaatakkoord van Parijs te halen, moet Nederland in 2050 nauwelijks nog CO2 uitstoten. Veel gemeenten nemen 2050 dan ook over als uiterste datum waarop energieneutraliteit moet zijn bereikt.

Energieneutraliteit houdt in dat de energie die wordt verbruikt ook duurzaam wordt opgewekt. Die opwekking kan binnen de eigen gemeentegrenzen dan wel van elders komen (uit de regio of verder weg bijv. van zee). De wijze waarop de energieneutraliteit kan worden bereikt is verschillend per gemeente en moet specifiek worden uitgezocht. Ook het tijdpad waarin dat haalbaar is zal verschillen.

Wat is de rol van gemeentes bij het uitfaseren van aardgas in wijken?

De energietransitie is een gedeelde verantwoordelijkheid, maar daarin vervult de gemeente een cruciale rol. Deze kan worden opgedeeld in een regisserende, een faciliterende, een stimulerende, een bepalende en een beïnvloedende rol. Meer informatie hierover vind je in de notitie die in zomer 2017 zal verschijnen.

De regisserende rol  houdt in dat de gemeente voor bepaalde wijken nu al de eerste voorbereidingen treft voor de warmtekeuzes die zij gaat maken en de consequenties van die keuzes duidelijk formuleert. Daarbij moet onder andere worden gedacht aan kosten, planning en organisatie. Hiervoor kunnen gemeentes een warmtevisie opstellen. Omdat het een gevoelig onderwerp is wordt geadviseerd om bij het opstellen van deze visie een klankboordgroep op te richten met de belangrijkste lokale stakeholders, die nodig zijn bij de uitvoer. Ook zijn er gemeentes in Noord-Holland die de Green Deal Aardgasvrije Wijken met het Ministerie van Economische Zaken hebben getekend.

Daarnaast kan de gemeente een faciliterende rol  op zich nemen voor projecten waarvan marktpartijen op korte termijn een rendabele businesscase denken te kunnen maken, bijvoorbeeld door partijen bij elkaar te brengen. Dit kan bijvoorbeeld het geval bij de uitbreiding van het een bestaand warmtenet.

Voor de stimulerende rol  kan worden gedacht aan het financieel tegemoetkomen van mensen die willen overstappen van gas naar een duurzame energiebron, aangezien daar hoge kosten voor moeten worden gemaakt. De gemeente kan verschillende mogelijkheden hiervoor onderzoeken, zoals het mee investeren in aardgasvrije oplossingen of het oprichten van een lokaal transitiefonds.

De bepalende rol  heeft vooralsnog met name betrekking op nieuwbouw. Zo kan de gemeente nu al de bepaling ‘aardgasvrij’ opnemen in tenders bij het uitgeven van eigen grond, heeft zij met het warmteplan een juridisch instrument in handen om de aansluitplicht voor gas buiten werking te stellen en kan zij bindende afspraken maken met de woningbouwcorporaties. Ook bij het eigen vastgoed heeft de gemeente een bepalende rol.

De beïnvloedende rol, tenslotte, betreft de verhouding tot de rijksoverheid. De gemeente kan druk uitoefenen op het Rijk om bestaande wetgeving aan te passen en om fondsen beschikbaar te stellen. Het belangrijkste middel daartoe is de Green Deal Aardgasvrije Wijken, waardoor gemeentes bij het Rijk knelpunten bij het realiseren van de warmtetransitie kan inbrengen

Hoe kan ik als gemeente overzicht krijgen in de totaal energietransitie opgave die er ligt?

Via EnergieInBeeld is het huidige energieverbruik in te zien. Dit energieverbruik zal op een heel andere manier moeten worden opgewekt als gevolg van de energietransitie opgave. Daarnaast is er ook een besparingsopgave. Per gemeente zal dit er anders uitzien. Is er veel hoogwaardige industrie dan is er doorgaans een grote vraag naar hoge temperatuur warmte (> 100oC). Is het een “woongemeente” dan speelt met name de vraag rondom alternatieven voor aardgas en meer opwekking van duurzame elektriciteit door middel van bijvoorbeeld windmolens, zonneweides en zonnepanelen op daken.

Welke alternatieven zijn er voor aardgas?

Er zijn twee categorieën te onderscheiden: hoge temperatuurverwarming en lage temperatuurverwarming. Bij hoge temperatuur moet je denken aan 70-90 graden Celsius vergelijkbaar met de watertemperatuur van een huidige CV-ketel. Bij lage temperatuur heb je het over temperaturen van rond de 40 graden. Om een huis met een lage temperatuur warm te kunnen krijgen is het nodig dat deze grondig geïsoleerd is of wordt. Bij een hoge temperatuuroplossing is dit niet strikt noodzakelijk. Een zeker mate van isolatie is echter wel wenselijk.

Hoge temperatuurtechnieken zijn: een warmtenet gevoed met restwarmte uit de industrie, van energiecentrales of afvalverbranding, een warmtenet gevoed met warmte uit diepere aardlagen (geothermie), maar ook een CV-ketel op groen gas of een houtpelletkachel.

Lage temperatuurtechnieken zijn bijvoorbeeld: een warmtepomp gevoed met warmte uit de lucht of bodem, een WKO-installatie of WKO-warmtenet, verwarming op basis van riothermie.

Gaan wijken over naar één alternatieve, duurzame verwarmingstechniek per wijk?

Woningen in een bepaalde wijk zijn vaak deels in dezelfde tijd gebouwd en hebben daardoor bouwkundig gezien vergelijkbare karakteristieken. Toch betekent dit niet dat er dan maar één mogelijke oplossing is. Qua eigendomsverhoudingen en betrokkenheid van bewoners bijvoorbeeld kunnen er vaak grote verschillen zijn. Ook is mogelijk een deel van het vastgoed al grondig gerenoveerd en een ander deel nog helemaal niet. Daarnaast is het zo dat niet alle oplossingen financieel aantrekkelijk zijn voor elk type bouw. Er zal dan ook altijd moeten worden gezocht naar een mix van warmteoplossingen per wijk. En er zal in alle situaties moeten worden gezocht naar een realistische en haalbare businesscase.

Wat is de meerwaarde voor een gemeente om een warmtevisie op te stellen?

Gemeenten zijn nauw betrokken bij de gebouwde omgeving en hebben daarom volgens de Energieagenda 2016 van het rijk een belangrijke en bepalende rol in de energietransitie. Door het opstellen van een warmtevisie pakt een gemeente deze rol op. Zij heeft daarmee op lokaal niveau de regie en kan zo sturing geven aan deze maatschappelijke ontwikkeling met voor alle burgers verstrekkende gevolgen. Daarbij gaat het om keuzes voor wat betreft besparing, duurzame alternatieven, het tempo van de transitie en de benodigde infrastructuur.

De gemeente kan dit niet alleen. De transitie vraagt om een goede samenwerking met de andere partners in de warmteketen. Niet alleen omdat planningen goed op elkaar moeten worden afgestemd (bijvoorbeeld bij het vervangen van het gasnet en het combineren van renovatie en isolatie van woningen door woningbouwcorporaties), maar ook omdat dan gemakkelijker de benodigde schaalgrootte kan worden gerealiseerd. Het advies is dan ook om bij het opstellen van een warmtevisie een klankboordgroep op te richten met de belangrijkste lokale stakeholders, die nodig zijn bij de uitvoer.

Op wat voor manieren kan een woningcorporatie zonnepanelen op de daken van haar huurders realiseren?

De investeringsbereidheid en -mogelijkheid van huurders is doorgaans anders dan die van eigenaar-bewoners. Bovendien is de huurwoning niet in eigendom van de huurder waardoor er ook juridisch één en ander opgelost moet worden. Tot slot kunnen ook de investeringsmogelijkheden van de woningcorporaties enorm verschillen.

In diverse gemeenten is al ervaring opgedaan bij het aanbrengen van zonnepanelen op daken van (sociale) huurwoningen. Het project Meermaker in Haarlemmermeer kan als goed voorbeeld worden gebruikt. De corporatie Ymere, de gemeente Haarlemmermeer en de Bank Nederlandse Gemeenten hebben de handen ineen geslagen en een grootschalig investeringsfonds opgericht (onder de naam Meermaker) dat ertoe leidt dat:

  • 3.000 woningen worden voorzien van zonnepanelen;
  • de energierekening voor de bewoners per direct tientallen euro’s per jaar lager is geworden;
  • de waarde van de huurwoningen voor de corporatie is toegenomen;
  • andere investeerders ook toe willen treden, omdat het een bewezen succes is.

Waar moet ik als gemeente op letten bij de realisatie van zonneweides?

Bij de planning van zonneweides is het van belang om tijdig te kijken naar de technische en financiële haalbaarheid. De omvang van het areaal, de oriëntatie, bodemgesteldheid, omgevingsfactoren zoals bomen en bebouwing (ook toekomstig!) en aansluitmogelijkheden op het elektriciteitsnetwerk kunnen van verrassend grote invloed zijn. Met de juiste kennis is deze haalbaarheid in een vroegtijdig stadium relatief snel te bepalen en kunnen goede locaties aangewezen worden die ook in de markt realiseerbaar zijn.

Inpassing en draagvlak zijn – net als bij andere ruimtelijke ingrepen – ook bij zonneweides belangrijk. Draagvlak is zeker niet vanzelfsprekend, maar wel haalbaar als tijdig en op een goede wijze stakeholders betrokken worden. Ook het bieden van mogelijkheden om financieel te participeren, is vaak een belangrijk motief om zonneweides te steunen.

Nadat eenmaal locaties zijn gevonden of aangewezen, is het zaak om een ontwikkelingsstrategie te kiezen die past bij de lokale situatie, bij de grondeigenaar en de betreffende gemeente of initiatiefnemer. Vragen daarbij zijn: Laten we de exploitatie aan de markt over of doen het zelf? Hoe kunnen we het zo doen dat we onze maatschappelijke en financiële doelen halen? Het Servicepunt helpt je graag op weg

Stakeholders betrekken

Hoe en wanneer betrek ik burgers bij de transitie naar aardgasvrije wijken?

Op gemeentelijk niveau kun je al direct beginnen. Zo kun je burgers vertellen dat aardgas in de toekomst niet meer toegepast gaat worden en dat iedereen daarom al kan beginnen met bijvoorbeeld elektrisch koken. Ook kan bewoners verteld worden dat voor bijna alle alternatieven voor het verwarmen met aardgas de woning eerst goed geïsoleerd moet worden. Hiermee kunnen bewoners dan al rekening houden als ze bijvoorbeeld gaan verbouwen of een huis gaan kopen.

Op wijkniveau kan worden gestart in wijken die kansrijk zijn om als eerste van het gas af te gaan. Deze plannen kunnen gepubliceerd worden op HIER verwarmt. Echter, niemand weet nog wat de meest passende en meest succesvolle aanpak zal zijn. Het Servicepunt Duurzame Energie wil daarom graag samen met gemeenten gaan experimenteren met verschillende communicatietrajecten om zo op zoek te gaan naar best practices. Kijk voor informatie bij Ons aanbod.

Hoe kunnen woningcorporaties zich voorbereiden op de warmtetransitie?

Woningcorporaties hebben een belangrijke rol in deze transitie aangezien zij een aanzienlijk deel van de woningen in bezit hebben. Momenteel wordt veelal nog gestuurd op de afspraken uit het Energieakkoord om in 2020 gemiddeld energielabel B te behalen.

Naar ons idee is het verstandig als corporaties zo snel mogelijk overstappen van labelsturing naar sturing op aardgasvrij in 2050. Dat betekent dat zij haar vastgoedstrategie onder de loep moet gaan nemen. Ook Aedes stuurt hier inmiddels op. Zo wordt van corporaties gevraagd om uiterlijk in 2018 met een plan te komen om haar vastgoed aardgasvrij te hebben in 2050.

Welke afspraken kan ik als gemeente maken met woningbouwcorporaties over aardgasvrij?

Er kunnen direct al afspraken worden gemaakt omtrent het bouwen van aardgasvrije nieuwbouw. Om ook afspraken te kunnen maken over de bestaande woningvoorraad moeten er parallel twee trajecten worden gestart:

  • De gemeente stelt een breed gedragen warmtevisie op met ook een fasering in welke wijken er wanneer kan worden begonnen. Het is het mooiste als deze wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
  • Corporaties gaan conform de Woonagenda van Aedes in 2018 een plan vaststellen om in 2050 een CO2-neutraal en dus ook een aardgasvrij woningbezit te hebben.

Op basis van deze twee stukken kunnen er betere en realistische prestatieafspraken gemaakt worden over de transitie van de woningvoorraad naar aardgasvrij voor de korte termijn en de langere termijn. Corporaties kunnen dan ook met gemeenten samenwerken in de totstandkoming van regionale energiestrategieën.

Wat is de rol van energiecoöperaties in de energietransitie?

Energiecoöperaties helpen de lokale betrokkenheid bij de energietransitie te vergroten. Vaak ontstaan zij op initiatief van een aantal betrokken burgers. De meeste coöperaties starten met het realiseren van zogenaamde postcoderoosprojecten waarbij burgers samen elektriciteit opwekken via een collectief zonnedak op bijvoorbeeld een sporthal.

Momenteel zie je een ontwikkeling dat gemeenten coöperaties uitdagen om ook aan de slag te gaan met de warmtetransitie. Sommige gemeentes subsidiëren coöperaties bewust om te zorgen dat zij door de opstartfase heenkomen en kunnen groeien in de hoop dat de coöpartie(s) een belangrijke rol in de transitie kunnen gaan spelen.

Meer info voor coöperaties is te vinden via HIER opgewekt.

Regelgeving

Kan ik aardgasvrije nieuwbouw afdwingen als gemeente?

De verwachting is dat vanaf 1 januari 2018 de aansluitplicht voor nieuwbouw vervalt. Daarmee wordt het mogelijk als gemeente om gebieden aan te wijzen die aardgasvrij moeten worden gerealiseerd. Als u als gemeente eigen grondposities heeft zijn er nu al mogelijkheden. Als u als gemeente niet (meer) eigenaar bent van de grond zijn de mogelijkheden momenteel nog beperkt. Echter, we raden u aan altijd het gesprek aan te gaan met de ontwikkelaar van een project. Liefst samen met de netbeheerder (Liander). Voor meer informatie verwijzen wij naar de notitie aardgasvrije nieuwbouw.

Wanneer wordt aardgasvrije nieuwbouw wettelijk verplicht?

In november 2016 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen om de aansluitplicht uit de wet te halen. Minister Kamp heeft als antwoord hierop een brief gestuurd naar de Tweede Kamer op 13 juni 2017 met als voornemen om de aansluitplicht voor aardgas voor nieuwbouw te wijzigen. Als alles mee zit zal deze wijziging per 1 januari 2018 in werking treden. Hiermee krijgen gemeentes de mogelijkheid om nieuwbouwgebieden aan te wijzen waar de aansluitplicht vervalt. De bevoegdheid om te besluiten over de toekomstige invulling van de warmtebehoefte bij nieuwbouw wordt bij de gemeenten gelegd. Dit is de eerste stap die wordt gezet om het mogelijk te maken om aardgas voor nieuwbouw wettelijk te kunnen verbieden. Voor meer informatie verwijzen wij naar de notitie aardgasvrije nieuwbouw.