Het is maandagmiddag, 2 februari 2026. In de raadszaal van het gemeentehuis in Heiloo zitten gemeenteambtenaren, vertegenwoordigers van energiecoöperatie Heiloo Energie en een betrokken inwoner bij elkaar aan een grote tafel. Afgelopen jaar is deze werkgroep al een aantal keer samengekomen om na te denken over de warmtetransitie in Heiloo. Vandaag op het programma: de organisatie van een bewonersbijeenkomst over de transitie naar aardgasvrij in de buurt Zuiderloo.
Balanceren tussen ambitie en haalbaarheid

Beeld: © Tim Lommerse
Heiloo wil in 2040 aardgasvrij zijn – tien jaar eerder dan doelstelling uit het Klimaatakkoord. Het is een uitgesproken keuze van de gemeenteraad, die Heiloo profileert als duurzame, groene gemeente. Een ambitieuze doelstelling, zeker voor een gemeente met veel vrijstaande woningen en oudere bebouwing. Tegelijkertijd wil de raad de aanwijsbevoegdheid niet inzetten, maar is er gekozen voor een aanpak gebaseerd op draagvlak, zonder juridische dwang. Die keuze heeft gevolgen voor de uitvoeringspraktijk. Het succes van de warmtetransitie is daarmee afhankelijk van draagvlak en de inzet van inwoners.
Projectleider Tim Lommerse, beleidsmedewerker duurzaamheid binnen de BUCH-organisatie, is verantwoordelijk voor de vertaling van het gemeentelijke warmteprogramma naar concrete wijkuitvoeringsplannen. Zuiderloo is één van de eerste wijken waar dat moet gebeuren.
“Mijn opdracht is simpel geformuleerd,” zegt hij. “Zorg dat er een uitvoeringsplan ligt voor hoe Zuiderloo binnen vijftien jaar van het gas af kan. En wel of geen aanwijsbevoegdheid; dat willen we natuurlijk zoveel mogelijk samen met de wijk doen. Dat is ook uitdrukkelijk de wens van de gemeenteraad.”
Waarom Zuiderloo als een van de eerste?
Binnen het warmteprogramma is een fasering aangebracht. Sommige wijken vragen eerst om isolatie en voorbereiding, andere zijn technisch gezien al klaar voor een volgende stap. Zuiderloo valt in die laatste categorie. Het is een relatief nieuwe wijk met veel goed geïsoleerde woningen (label B of beter). Uit eerdere analyses bleek bovendien dat het ontwikkelen en ontginnen van geothermie als bron voor een sluitende businesscase onzeker is, waardoor een grootschalig warmtenet op basis van geothermie in Heiloo niet voor de hand ligt. Individuele oplossingen, met name warmtepompen, zijn maatschappelijk en financieel de logische oplossing hier.
Wat hij vooral wil, zegt Lommerse, is dat mensen gaan nadenken. Het is belangrijk dat bewoners weten dat er iets aankomt en wat dat betekent voor hun huis. “Ik verwacht echt niet dat iedereen binnen een jaar een warmtepomp heeft. Maar als de wijk erover praat en ziet dat het in veel gevallen zelfs nu al een rendabele stap kan zijn bij dit type huizen, zijn we al een heel eind.”
De rol van de energiecoöperatie

Beeld: © Jan Jorna
Een belangrijke partner voor de gemeente is Heiloo Energie. De coöperatie telt ongeveer vierhonderd leden en werkt met zo’n twintig vrijwillige energiecoaches. Dat zijn veelal gepensioneerde inwoners met uiteenlopende achtergronden: van bouwkundigen tot juristen en zorgprofessionals. Zij worden opgeleid om bewoners onafhankelijk te adviseren over isolatie, warmtepompen en subsidiemogelijkheden.
Jan Jorna, voorzitter van Heiloo Energie, werkte jarenlang als regiodirecteur bij bouw- en infrabedrijf Dura Vermeer. Na zijn pensioen wilde hij zich inzetten voor duurzaamheid in zijn woonplaats. Drie jaar geleden sloot hij zich aan bij Heiloo Energie, kort daarna werd hij voorzitter.
“Met Heiloo Energie staan we midden in de gemeenschap,” vertelt Jorna. “Onze coaches wonen hier. Die zitten bij mensen aan de keukentafel. Je merkt dat dat toch anders werkt dan het contact met de gemeente.” Jaarlijks voeren de coaches honderden woningscans uit. Eerst lag de nadruk op isolatie, maar het aantal aanvragen voor warmtepompscans groeit snel. “Mensen zijn echt geïnteresseerd. Niet alleen in Zuiderloo, maar in heel Heiloo. We merken dat het onderwerp begint te leven,” aldus Jorna.
[FOTO: Jan Jorna]Dat blijkt ook tijdens het overleg in het gemeentehuis. Er wordt gesproken over ambassadeurs in de wijk: bewoners die hun buren actief benaderen, uitleg geven, mensen persoonlijk uitnodigen voor bijeenkomsten. Want alleen een brief sturen is niet genoeg.
“De warmtetransitie is voor een groot deel een communicatievraagstuk,” stelt Jorna. Volgens hem moet de boodschap helder en laagdrempelig zijn. “Begin niet met kilowatts en technische schema’s. Leg eerst uit wat een warmtepomp is en wat het voor iemand betekent.”
Overtuigen, niet overrompelen
In Zuiderloo is een uitgesproken voorloper actief: Dick Mol, ingenieur van opleiding en inmiddels zes jaar volledig over op een warmtepompsysteem met PVT-panelen. Mol spreekt niet namens één van de formele partijen (alhoewel hij wel lid is van Heiloo Energie), maar wordt door zowel gemeente als coöperatie betrokken vanwege zijn kennis en enthousiasme als inwoner.
“Ik ben gewoon begonnen,” vertelt Mol. “Ik ben naar een installateursbeurs gegaan, heb me verdiept in de techniek, en toen heb ik het systeem laten installeren.” Zijn motivatie is helder: bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering.
Tegelijkertijd is hij kritisch op de manier waarop informatie soms wordt aangeboden. Volgens hem wordt er tijdens bijeenkomsten te snel ingezoomd op details, zoals de plaatsing van een buitenunit. “Je moet eerst uitleggen wat een warmtepomp ís,” zegt hij. “Dat het geen elektrische kachel is, maar een systeem dat warmte verplaatst.”
Zijn observatie raakt aan een bredere vraag voor beleidsmakers: hoe benut je – vooral tijdens bewonersavonden en andere bijeenkomsten – de kennis en het enthousiasme van voorlopers, zonder dat het gesprek verzandt in technische diepgang die andere bewoners afschrikt?
Kosten als doorslaggevende factor
Hoe duurzaam het ook is, voor veel bewoners zijn de kosten doorslaggevend. “Uiteindelijk kijken de meeste mensen eerst naar hun portemonnee,” zegt Jorna. “Het moet financieel haalbaar zijn.” Voor de gemeente ligt daar een belangrijke opgave. Tim Lommerse is bezig met het verkennen van betere financiële constructies, waarbij subsidies en leningen – bijvoorbeeld via het Warmtefonds – zo worden gecombineerd dat de maandlasten met een warmtepomp uiteindelijk lager uitvallen dan de besparing op gas. “Als je kan laten zien dat iemand veertig euro per maand betaalt en vijftig euro bespaart, verandert het gesprek.”
Toch zijn er ook andere zorgen bij inwoners, zoals het kiezen van de juiste installateur. Ook hier heeft de gemeente een rol in het goed informeren van inwoners.
De eerste stap in een langer verhaal
Voor nu staat vooral één doel centraal: beginnen. De wijk informeren, het gesprek openen, bewoners met elkaar in contact brengen. Dit hoopt de werkgroep over een paar maanden te bereiken tijdens de eerste bewonersbijeenkomst.
“Ik zou het al mooi vinden als mensen dit jaar hebben nagedacht over wat voor hun huis handig is,” zegt Lommerse. “Dat ze weten: mijn cv-ketel gaat niet eeuwig mee, wat doe ik als deze vervangen moet worden?”
De komende maanden volgen we hoe de aanpak in Zuiderloo verder vorm krijgt Wie komt er naar de eerste bewonersbijeenkomst? Welke vragen leven er echt onder de bewoners? En lukt het om van de ambitie – 2040 aardgasvrij – een concreet en gedragen uitvoeringsplan te maken? Hoe dan ook; in Zuiderloo zijn de eerste stappen gezet.
In de serie ‘Richting de aardgasvrije wijk’ – waarvan dit het eerste artikel is – volgen we hoe de BUCH (Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo) de warmtetransitie op wijkniveau vormgeeft. Welke keuzes maken zij in participatie en communicatie? Hoe organiseren zij samenwerking in de wijk? En welke lessen kunnen we vanuit de BUCH delen met anderen? In de wijk zal duidelijk worden wat de warmtetransitie in de praktijk betekent.



