Wie op dinsdagmiddag 17 februari rond een uur of vijf de aula van de Adriaan Roland Holstschool in Bergen binnenloopt, komt meteen terecht in de wereld van de warmtetransitie. Aan de ene kant staan rijen stoelen opgesteld voor een plenaire presentatie. Aan de andere kant is een informatiemarkt ingericht, met kraampjes van onder meer een lokale energiecoöperatie, een lokale woningcorporatie, en netbeheerder Liander. Het is een bewuste combinatie voor deze eerste inwonersbijeenkomst. Want de warmtetransitie waar Beekhove en Oldehove voor staan, vraagt zowel om uitleg als om gesprek.

Een eerste kennismaking
Voor sommige bewoners is dit de eerste keer dat ze horen dat hun wijk een van de eerste in Bergen is waar de warmtetransitie concreet vorm krijgt. Ongeveer vijftig inwoners zijn gekomen voor de eerste van drie plenaire presentaties. Sommigen nemen meteen plaats, anderen lopen eerst langs de stands. De sfeer is nieuwsgierig, maar ook voorzichtig aftastend.
Na een korte opening door wethouder Ernest Briët volgt een uitleg van projectleider Anna Ankoné. Zij is al ruim een jaar betrokken bij het warmteprogramma voor Bergen en de andere BUCH-gemeenten, en stond aan de basis van de keuzes die nu in de wijk landen. Ankoné schetst waar de gemeente naartoe werkt: een wijk die in 2040 aardgasvrij is, maar waarin bewoners zelf bepalen wanneer en hoe ze die stap zetten.
“Die overstap gebeurt niet van vandaag op morgen,” luidt de boodschap. “Maar we moeten er wel nú mee beginnen.” Dat ‘beginnen’ is precies wat deze middag markeert. Nog geen besluiten, nog geen verplichtingen, maar wel een eerste verkenning samen met de inwoners.
Waarom deze wijken
De vraag waarom juist Beekhove en Oldehove als eerste zijn gekozen, hangt zichtbaar in de zaal en komt al snel expliciet naar voren.
Volgens Ankoné is die keuze het resultaat van een zorgvuldige afweging. “We hebben gekeken naar bouwjaar, isolatie, gasverbruik, maar ook naar praktische dingen zoals ruimte voor een warmtepomp en de financiële draagkracht in een wijk.” Dat leidt tot een duidelijke conclusie: dit zijn buurten waar de overstap relatief goed te maken is. Maar in de zaal blijkt hoe verschillend die boodschap wordt ontvangen.
Een bewoner vraagt zich af of de keuze voor deze wijk niet vooral draait om snelheid. Een ander vraagt of het eerlijk is om hier te beginnen, en niet in wijken waar de impact misschien groter is. Ankoné probeert die spanning te duiden. “Je kunt beginnen waar het het moeilijkst is, maar je kunt ook beginnen waar het goed kan. Dan kun je ervaring opdoen en die later inzetten op plekken waar het ingewikkelder is.” Het is een antwoord dat niet alle twijfels wegneemt, maar wel context geeft aan een besluit dat eerder genomen is.
Achter de voordeur begint het pas
In Beekhove en Oldehove wordt niet gekozen voor één collectieve oplossing voor de hele wijk, maar voor een aanpak waarbij bewoners zelf stappen zetten in hun eigen woning. Dat betekent geen warmtenet dat alles in één keer vervangt, maar een optelsom van individuele keuzes, bijvoorbeeld voor een warmtepomp.
Die keuze is niet toevallig. Volgens projectleider Anna Ankoné is er bewust gekeken naar wat in deze wijk technisch en praktisch het meest logisch is. “Een grootschalig warmtenet past hier eigenlijk niet,” legt ze uit. “De woningen zijn relatief nieuw en goed geïsoleerd. Dan heb je geen hoge temperaturen nodig om ze te verwarmen, en zijn individuele oplossingen vaak efficiënter.”
Daar komt bij dat de bebouwing in Bergen relatief verspreid is. Huizen liggen niet dicht genoeg op elkaar om een warmtenet rendabel te maken. Bovendien zijn de bronnen die je daarvoor nodig hebt, zoals geothermie, in en rondom Bergen onzeker.
Dat betekent niet dat collectieve oplossingen helemaal uitgesloten zijn. Kleine initiatieven blijven wel in beeld. “We houden de optie open voor mini-warmtenetten,” zegt Ankoné. “Bijvoorbeeld dat je met buren samen een oplossing organiseert, zoals een gedeelde bodemlus of iets met aquathermie uit een sloot.”
Maar daarin neemt de gemeente geen voortrekkersrol. Ankoné benadrukt dat dat echt vanuit inwoners zelf moet komen. “We gaan niet als gemeente overal kijken of we ergens een kleinschalig warmtenet kunnen aanleggen.” Zulke ideeën kunnen juist tijdens bijeenkomsten of later aan thematafels naar voren komen, waar wordt verkend of er voldoende animo voor is.
Eigen tempo, gezamenlijke opgave
Tegelijkertijd wil de gemeente voorkomen dat zulke collectieve plannen het proces vertragen. “We willen niet dat mensen gaan wachten op een mogelijk warmtenet,” zegt Ankoné. “Veel bewoners willen juist op een natuurlijk moment een keuze maken, bijvoorbeeld als hun cv-ketel vervangen moet worden. Dat moet leidend blijven.”
De nadruk ligt daarom op zogenoemde all-electric oplossingen, zoals warmtepompen, die individueel en op eigen tempo kunnen worden toegepast.
Maar die keuze heeft ook gevolgen. Waar een warmtenet nog een collectieve aanpak zou zijn, komt de verantwoordelijkheid nu grotendeels bij bewoners zelf te liggen. En precies daar zit volgens communicatieadviseur klimaat bij de BUCH, Ivo de Block, de uitdaging. “Je zit bij mensen thuis. Dat maakt het persoonlijker, maar ook ingewikkelder.”
Volgens De Block vraagt dat om een andere aanpak. “We willen niet alleen zenden, maar vooral ophalen. Waar staan mensen? Wat hebben ze nodig om een stap te zetten?” Die insteek is zichtbaar in de opzet van de middag: eerst een gezamenlijke uitleg, daarna ruimte voor gesprekken.

De vragen die blijven hangen
Tijdens en na de presentatie komen er een hoop vragen los. Zo zijn warmtepompen een terugkerend onderwerp. “Maken die niet te veel geluid?” vraagt een bewoner. “Straks hebben we hier overal van die units hangen.”
Een ander kijkt juist naar de toekomst. “De techniek ontwikkelt zich zo snel. Is het niet verstandiger om nog even te wachten?”
Daarnaast spelen financiële vragen een grote rol. Wat kost het? Welke subsidies zijn er? En hoe haalbaar is het voor mensen met minder financiële ruimte?
Ook de infrastructuur komt ter sprake. Netcongestie zorgt voor onzekerheid. “Kan ik straks wel een zwaardere aansluiting krijgen als dat nodig is?”
De vragen worden stuk voor stuk serieus genomen en door de gemeente zo goed mogelijk beantwoord. Tegelijkertijd blijft het plenaire moment bewust beknopt. Voor uitgebreidere toelichting en persoonlijke situaties worden bewoners nadrukkelijk uitgenodigd om na afloop langs vertegenwoordigers van de gemeente en de kraampjes te gaan.
Waar beleid en praktijk elkaar ontmoeten
Na de plenaire ronde vinden een hoop bewoners hun weg naar de kraampjes. De vragen rondom de presentatie krijgen hier een concreet vervolg. Bij Liander gaat het over aansluitingen en netcapaciteit. Bij de isolatiestand over concrete maatregelen in huis. Energiecoöperatie Bergen Energie verkent voorzichtig haar rol in de wijk, nog zoekend naar hoe zij bewoners het beste kan ondersteunen.
Voor Ankoné zijn juist deze gesprekken belangrijk. “We willen niet alleen vertellen wat er gaat gebeuren. We willen ook ophalen wat er speelt, zodat we daar rekening mee kunnen houden in het uitvoeringsplan.” De bijeenkomst is daarmee nadrukkelijk niet alleen informatief, maar ook een eerste stap in het participatieproces.
Blik op de toekomst
In de kern draait de middag om een lange termijnopgave: een wijk die in 2040 aardgasvrij is. Die horizon biedt ruimte, maar maakt het verhaal ook abstract.
De komende maanden moet blijken hoe dat verhaal verder vorm krijgt. Tijdens de presentatie is bewoners gevraagd of zij zich willen aanmelden voor zogenoemde thematafels. In deze kleinere groepen kunnen inwoners zelf onderwerpen aandragen waar zij vragen over hebben of juist ideeën voor willen ontwikkelen, zoals betaalbaarheid, techniek of samenwerking in de wijk. De thematafels moeten ruimte bieden voor verdieping en uitwisseling, en vormen een belangrijke stap richting een wijkuitvoeringsplan waarin keuzes concreter worden.
Wat deze middag vooral laat zien, is hoe de warmtetransitie niet alleen een technische of beleidsmatige opgave is, maar vooral ook een sociale. Een proces waarin keuzes, zorgen en mogelijkheden samenkomen, en waarin stap voor stap duidelijk wordt wat de overgang naar aardgasvrij wonen in de praktijk betekent.
In de serie ‘Richting de aardgasvrije wijk’ volgen we hoe de BUCH (Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo) de warmtetransitie op wijkniveau vormgeeft. Welke keuzes maken zij in participatie en communicatie? Hoe organiseren zij samenwerking in de wijk? En welke lessen kunnen we vanuit de BUCH delen met anderen? In de wijk zal duidelijk worden wat de warmtetransitie in de praktijk betekent.
